Sociale angst (of sociale fobie) kenmerkt zich doordat men in situaties met andere mensen (vreemden en/of bekenden) bang is om bekeken te worden, te blozen, te trillen, te stotteren, kritiek te krijgen of de verkeerde dingen te doen of te zeggen.
Allerlei sociale situaties worden hierdoor vermeden of men zoekt/bedenkt redenen/uitvluchten om ze vermijden. Sommige mensen met een sociale fobie drinken dikwijls alcohol of gebruiken kalmeermiddelen om bepaalde situaties aan te kunnen. Ook sociaal fobici hebben last van anticipatieangst.
Onder de sociale angst behoren enkele meest voorkomende fobieën zoals:
Tril- of beeffobie:
men is dan bang in gezelschap te beven. Iedereen zou kunnen zien dat je beeft, waardoor je het idee krijgt dat anderen van je kunnen denken dat je onzeker bent. Het beven komt dan vaak voor in situaties zoals: op een receptie, bij een etentje, bij het schrijven terwijl men op je vingers kijkt. Zweten:
als mensen zien dat je zweet zou dit de indruk kunnen wekken dat je onzeker bent.
Blozen:
iedereen bloost wel eens. Iemand met een sociale angst beschouwt blozen als ‘onzekerheid’. Men is dan ook bang om te blozen.
Verkeerde dingen zeggen of doen of niet meer uit zijn woorden komen!
De meeste mensen met een sociale angst hebben een laag zelfbeeld en voelen zich minderwaardig en onzeker. Ze letten vooral op zaken die niet ze niet denken te kunnen.
Dikwijls is er sprake van een: verhoogd zelfbewustzijn, vermijding, geremd sociaal gedrag.
Verhoogd zelfbewustzijn:
zij zijn zich in sociale situaties overmatig bewust van zichzelf en hebben te weinig aandacht voor de ander en voor de sociale taak. Dit verhoogde zelfbewustzijn, voedt sociaalgerelateerde emoties als schaamte en verlegenheid, leidt tot de neiging tot negatieve zelfevaluatie en het zichzelf bovenmatig verantwoordelijk maken voor de uitkomst van gebeurtenissen, en interfereert met het sociaal functioneren.
Vermijding:
Uit angst voor de verwachte catastrofes vermijdt de patiënt bepaalde situaties of bepaald gedrag dat corrigerende informatie zou kunnen geven.
Geremd sociaal gedrag:
het hoge angstniveau stoort het optimaal functioneren en leidt veelal tot geremd sociaal gedrag. Hierdoor zal men zichzelf meer negatief evalueren en zullen anderen minder positieve reacties geven dan wanneer men zonder angst zou functioneren.
Dikwijls worden mensen met een sociale angst geadviseerd om een assertiviteitstraining te volgen. Op zich kan dit mogelijk iets meer zelfvertrouwen geven, echter eenmaal terug in de échte sociale situaties, hebben ze terug klachten en neiging om te vermijden. Bij een assertiviteitstraining wordt enkel aandacht gegeven aan het gedrag. De OORZAAK wordt echter niet aangepakt. Na een klachtgerichte cognitieve gedragstherapie kan een assertiviteitstraining wel een toevoegende waarde bieden.
De veronderstelling dat hiervoor medicijnen bestaan die het probleem oplossen is ook onjuist. Medicatie kan enkel een steunende bijdrage aan de cognitieve gedragstherapie leveren.
Belangrijk
Sociale angst ontwikkelt zich dikwijls al tijdens de kinderjaren. Al te vaak worden deze kinderen dan als ‘verlegen’ beschouwd, echter ze hebben er last van en lijden er vaak onder. Ze zijn dikwijls een prooi om gepest te worden, omdat ze zich niet durven te verweren. Ze kunnen weliswaar soms wel agressief reageren, hetgeen dan meer een vorm van onmacht en kwetsende gevoelens is.
Het is niet uitgesloten dat jongeren met een sociale angst zich vroegtijdig isoleren, weinig vrienden hebben. Ze doen heel erg hun best om iedereen te behagen of geliefd te worden.
Zelfdoding bij jongeren kan door een sociale angst getriggerd worden.
Ouders en leerkrachten hebben hierin een belangrijke taak om dit tijdig te herkennen zodat men tijdig dit probleem kan aanpakken.
Bron: angstcentrum.be
Algemeen
Sociale angst (of sociale fobie) kenmerkt zich doordat men in situaties met andere mensen (vreemden en/of bekenden) bang is om bekeken te worden, te blozen, te trillen, te stotteren, kritiek te krijgen of de verkeerde dingen te doen of te zeggen.
Allerlei sociale situaties worden hierdoor vermeden of men zoekt/bedenkt redenen/uitvluchten om ze vermijden. Sommige mensen met een sociale fobie drinken dikwijls alcohol of gebruiken kalmeermiddelen om bepaalde situaties aan te kunnen. Ook sociaal fobici hebben last van anticipatieangst.
Onder de sociale angst behoren enkele meest voorkomende fobieën zoals:
Tril- of beeffobie:
men is dan bang in gezelschap te beven. Iedereen zou kunnen zien dat je beeft, waardoor je het idee krijgt dat anderen van je kunnen denken dat je onzeker bent. Het beven komt dan vaak voor in situaties zoals: op een receptie, bij een etentje, bij het schrijven terwijl men op je vingers kijkt. Zweten:
als mensen zien dat je zweet zou dit de indruk kunnen wekken dat je onzeker bent.
Blozen:
iedereen bloost wel eens. Iemand met een sociale angst beschouwt blozen als ‘onzekerheid’. Men is dan ook bang om te blozen.
Verkeerde dingen zeggen of doen of niet meer uit zijn woorden komen!
De meeste mensen met een sociale angst hebben een laag zelfbeeld en voelen zich minderwaardig en onzeker. Ze letten vooral op zaken die niet ze niet denken te kunnen.
Dikwijls is er sprake van een: verhoogd zelfbewustzijn, vermijding, geremd sociaal gedrag.
Verhoogd zelfbewustzijn:
zij zijn zich in sociale situaties overmatig bewust van zichzelf en hebben te weinig aandacht voor de ander en voor de sociale taak. Dit verhoogde zelfbewustzijn, voedt sociaalgerelateerde emoties als schaamte en verlegenheid, leidt tot de neiging tot negatieve zelfevaluatie en het zichzelf bovenmatig verantwoordelijk maken voor de uitkomst van gebeurtenissen, en interfereert met het sociaal functioneren.
Vermijding:
Uit angst voor de verwachte catastrofes vermijdt de patiënt bepaalde situaties of bepaald gedrag dat corrigerende informatie zou kunnen geven.
Geremd sociaal gedrag:
het hoge angstniveau stoort het optimaal functioneren en leidt veelal tot geremd sociaal gedrag. Hierdoor zal men zichzelf meer negatief evalueren en zullen anderen minder positieve reacties geven dan wanneer men zonder angst zou functioneren.
Dikwijls worden mensen met een sociale angst geadviseerd om een assertiviteitstraining te volgen. Op zich kan dit mogelijk iets meer zelfvertrouwen geven, echter eenmaal terug in de échte sociale situaties, hebben ze terug klachten en neiging om te vermijden. Bij een assertiviteitstraining wordt enkel aandacht gegeven aan het gedrag. De OORZAAK wordt echter niet aangepakt. Na een klachtgerichte cognitieve gedragstherapie kan een assertiviteitstraining wel een toevoegende waarde bieden.
De veronderstelling dat hiervoor medicijnen bestaan die het probleem oplossen is ook onjuist. Medicatie kan enkel een steunende bijdrage aan de cognitieve gedragstherapie leveren.
Belangrijk
Sociale angst ontwikkelt zich dikwijls al tijdens de kinderjaren. Al te vaak worden deze kinderen dan als ‘verlegen’ beschouwd, echter ze hebben er last van en lijden er vaak onder. Ze zijn dikwijls een prooi om gepest te worden, omdat ze zich niet durven te verweren. Ze kunnen weliswaar soms wel agressief reageren, hetgeen dan meer een vorm van onmacht en kwetsende gevoelens is.
Het is niet uitgesloten dat jongeren met een sociale angst zich vroegtijdig isoleren, weinig vrienden hebben. Ze doen heel erg hun best om iedereen te behagen of geliefd te worden.
Zelfdoding bij jongeren kan door een sociale angst getriggerd worden.
Ouders en leerkrachten hebben hierin een belangrijke taak om dit tijdig te herkennen zodat men tijdig dit probleem kan aanpakken.
Bron: angstcentrum.be
Nuttige adressen
www.dimence.nl
Aanverwante ziektebeelden:
ANGSTSTOORNIS