|
|
Astma
|
|
Wat is astma?
In België lijden naar schatting meer dan een half miljoen mensen aan astma. Astma treft ongeveer 8,5% van alle volwassenen en 13% van alle kinderen. Daarnaast lijden nog eens ongeveer 700.000 mensen aan COPD, een ziekte die vooral rokers treft. Astma komt bij jonge kinderen vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Bij volwassenen daarentegen treft de ziekte vooral vrouwen. Mensen die in de stad wonen lijken meer kans op astma te hebben dan plattelandbewoners.
Astma is een chronische (langdurige) ziekte van de luchtwegen. De luchtwegen zijn een soort buizensysteem waar lucht doorheen gaat.
| De lucht komt binnen via de neus, komt dan in de mondkeelholte, en vervolgens in de luchtpijp. Deze vertakt zich naar de linker- en de rechterlong en komt dan uiteindelijk via een aantal vertakkingen (bronchiën en bronchiolen) in de longblaasjes terecht. Daar gebeurt de uitwisseling met het bloed. De longblaasjes zijn zeer elastisch en vullen zich bij het inademen met verse, zuurstofrijke lucht. De zuurstof wordt afgegeven aan de fijne bloedvaatjes die er omheen zitten. Het zuurstofrijke bloed wordt naar het hart gestuurd, die het op zijn beurt door heel het lichaam pompt. Op die manier worden alle cellen van ons lichaam van zuurstof voorzien. Onze lichaamscellen kunnen niet zonder zuurstof, anders sterven ze af.De longblaasjes zijn zeer elastisch en vullen zich bij het inademen met verse, zuurstofrijke lucht. De zuurstof wordt afgegeven aan de fijne bloedvaatjes dier er omheen zitten. Het zuurstofrijke bloed wordt naar het hart gestuurd, die het op zijn beurt door heel het lichaam pompt. Op die manier worden alle cellen van ons lichaam van zuurstof voorzien. Onze lichaamscellen kunnen niet zonder zuurstof, anders sterven ze af.De zuurstof wordt in het lichaam verbrand en er ontstaat koolzuurgas (CO2) dat door het bloedvatenstelsel wordt afgevoerd en weer de longen bereikt. Bij uitademen ontdoen de longblaasjes zich van de vervuilde lucht die rijk is aan koolzuurgas. De cyclus kan opnieuw beginnen. |
 |
De longen werken als twee blaasbalgen, door het samentrekken van de ademhalingsspieren. Het middenrif is de belangrijkste ademhalingsspier. Ze bevindt zich onder de borstkas en scheidt de borst van de buik. Tussenribspieren, buikspieren en halsspieren zijn andere spieren die een rol spelen bij de ademhaling.
Aan de binnenkant zijn de luchtwegen bekleed met een dun laagje slijmvlies en aan de buitenkant zijn zij omringd door spiertjes. Bij een gezonde persoon is dit slijmvlies dun en zijn de spiertjes ontspannen: de lucht kan ongehinderd naar binnen en naar buiten stromen. De ademhaling gaat vlot. Bij iemand met astma is het slijmvlies van de luchtwegen voortdurend ontstoken of geïrriteerd, dit in tegenstelling tot bij een verkoudheid waarbij de ontsteking slechts tijdelijk is. Het ontstekingsproces bij astma varieert in de tijd. Periodes van weinig ontsteking, en dus weinig klachten wisselen af met periodes van veel meer ontsteking (veel klachten). Klachten ontstaan pas als er een prikkel voorbijkomt die de toegenomen ontstekingsreactie verergert. De prikkels die klachten uitlokken verschillen van persoon tot persoon. Onder invloed van zo'n prikkel gaat het slijmvlies meer zwellen. Dit slijmvlies gaat bovendien nog meer slijm aanmaken. Als de prikkel heftig genoeg is gaan ook de spiertjes rond de luchtweg samentrekken. Zo ontstaat een vernauwing van de luchtweg. Doordat de lucht minder gemakkelijk doorheen het buizensysteem kan, ontstaat er een piepende ademhaling. De patiënt krijgt het benauwd en vaak gaat hij ook beginnen hoesten, dikwijls met slijm. Hoesten op zich is nochtans niet altijd kenmerkend voor astma.

Een beginnende astma-aanval kan voordat de echte benauwdheid of het piepen optreedt, allerlei klachten geven: onrustig of prikkelbaar gedrag, moeheid,...Na een tijdje herkent de astma-patiënt deze voortekenen en kan hij actie ondernemen.
|
Terug naar boven
|
|
Wat zijn oorzaken van astma?
Er is al heel wat onderzoek verricht naar mogelijke oorzaken van astma. Men vermoedt dat mensen die astma krijgen daar een aanleg voor hebben. Deze is gedeeltelijk erfelijk bepaald. Als één van de ouders astma heeft, is de kans dat een kind astma krijgt 30à40%. Zijn beide ouders astmatisch dan loopt deze kans op tot 75%. Omgevingsfaktoren (luchtverontreiniging, vaccinaties, allergenen in de lucht of voeding) en levensstijl zouden een belangrijke invloed kunnen hebben, maar zekerheid heeft men hier niet over. Er zijn wetenschappers die denken dat de toename van het aantal astmapatiënten te wijten is aan het feit dat kinderen nu veel minder dan vroeger blootgesteld worden aan allerlei ziektekiemen waardoor hun afweer zich onvoldoende in de 'juiste richting' zou ontwikkelen. Of deze verbeterde hygiëne aan de basis ligt van het toenemend aantal astmapatiënten is echter nog niet bewezen.
Sigarettenrook vergroot zeker de kans op het ontwikkelen van astma. Passieve rokers (mensen die regelmatig vertoeven op plaatsen (thuis) waar gerookt wordt) hebben 20% meer kans om astma te ontwikkelen dan mensen die in huizen wonen waar niet gerookt wordt.
Als men éénmaal astma heeft, ontstaan klachten doorgaans pas na blootstelling aan uitlokkende prikkels. Er zijn twee soorten:
- allergische prikkels
- niet-allergische prikkels
Allergische prikkels zijn meestal dingen die ingeademd kunnen worden. We denken dan aan huisstofmijt , haren van huisdieren (vooral kat en hond ), stuifmeelpollen (bomen en grassen, en in mindere mate bloemen en planten). Heel uitzonderlijk kunnen bepaalde voedingsstoffen een uitlokkende faktor zijn. De klachten verminderen dikwijls als de patiënt de blootstelling aan de betreffende prikkel (dit noemt men een allergeen) kan vermijden.
Bij niet-allergische prikkels denken we aan een verkoudheid (virale infectie), sigarettenrook, koude en vochtige lucht (mist), lichamelijke inspanning, wisseling van temperatuur, bak- en verfluchtjes, parfums, emtionele stress.
Klachten uitgelokt door inademen van allergenen, door koude, door rook en door inspanning zijn meestal van korte duur. Zij reageren meestal ook goed op een inhalatie van een luchtwegverwijder (pompje).
Astmaklachten kunnen ook langer (meerdere dagen) duren. Zo'n 80% van de langdurige klachten worden veroorzaakt door een verkoudheid (virale infectie). Deze klachten reageren meestal niet echt goed op het gebruik van een pompje met een luchtwegverwijder. In dergelijke gevallen moet men zeker de huisarts raadplegen.
|
Terug naar boven
|
|
|
Hoe wordt de diagnose gesteld ?
Voorgeschiedenis en symptomen
Mensen die recent last gehad hebben van ademhalingsklachten zoals kortademigheid, piepende ademhaling en hoesten consulteren best zo snel mogelijk een arts. De arts zal een aantal vragen stellen (men noemt dit met een geleerd woord: de anamnese) om vast te stellen of ze astma hebben. Hij kan vragen stellen over:
- aard van klachten: piepende ademhaling?, hoesten?, kortademigheid?,,...
- optreden van klachten: hoe vaak?, hoe lang?, alleen bij verkoudheden?, uitlokkende faktoren?,...
- uitlokkende faktoren: allergie voor bepaalde planten, bloemen, dieren, voedingsmiddelen?, reageren op sigarettenrook? mist? vochtig weer? temperatuurswisselingen? emoties?, last bij inspanning?, alleen last bij verkoudheid?,...
- woonomstandigheden: verwarming?, vochtig of droog in huis?, ventilatie?, zijn er huisdieren?,....
- roken in huis: rookt de patiënt zelf, zijn er familieleden die binnen roken?
- familie (ouders of broers/zussen): astma?, allergie?, hooikoorts?, eczeem?,...
- medicatie: welke?, aspirinegebruik? (aspirine kan astma uitlokken!)
Na de anamnese zal de arts een lichamelijk onderzoek doen.
Lichamelijk onderzoek
De arts zal kijken naar de manier van ademhalen en met een stethoscoop zal hij naar de longen luisteren. Zo hoort hij of er sprake is van piepen bij uitademing. Dit piepen doet zich alleen voor als er ook sprake is van een vernauwing van de luchtwegen. Vermits bij astmapatiënten de luchtwegvernauwingen met intervallen optreden, betekent dit dat de arts, als hij niets bijzonders hoort, niet kan besluiten dat de patiënt geen astma heeft. Uiteraard zal/kan de arts bij een eerste onderzoek ook nog andere lichamelijke onderzoeken doen.
De arts kan de patiënt ook vragen om maximaal uit te ademen in een toestelletje: de piekstroommeter.
Piekstroommeter
Een piekstroommeter is een mechanisch toestelletje dat de hoeveelheid uitgeademde lucht per minuut weergeeft.
 De patiënt ademt diep in, sluit het mondstuk met de lippen af, en ademt zo hard mogelijk uit. Door de kracht van de uitademing wordt een wijzertje weggeduwd. De wijzer op de meter geeft de 'piekstroom' aan in liters per minuut. Bij gezonde personen kan de waarde zelfs variëren. Dit betekent dat één waarde dikwijls niet veel zegt. Er zullen een aantal metingen moeten gebeuren en dit meermaals per dag. De piekstroommeter kan ook door de patiënt thuis gebruikt worden om de evolutie van zijn astma te volgen.
Voor een juiste diagnose en voor de bepaling van de ernst van deze aandoening is de spirometrietest belangrijk. Deze test wordt meestal bij de longspecialist uitgevoerd.
Spirometrie (functionele ademtest)
Omdat de luchtwegen van een astmapatiënt vernauwd zijn, is het vermogen om uit te ademen beperkt. Spirometrie test het volume lucht dat in een zekere tijd kan in- of uitgeademd worden. De patiënt moet een aantal keren diep ademhalen door een mondstuk, de veranderingen in volume worden weergegeven in een grafiek De hoeveelheid lucht die in één seconde maximaal kan worden uitgeademd (ESW of de éénsecondewaarde) wordt vergeleken met de waarde van gezonde mensen en wordt als een percentage van de normale ('voorspelde') waarde uitgedrukt. Dezelfde test wordt dan ook nog eens uitgevoerd na inademing van een aantal pufjes van een luchtwegverwijder of bronchodilatator. Als de afwijking op de curve terug verdwijnt duidt dit op astma. Patiënten die geen klachten hebben op het moment van het onderzoek, maar waar de test duidelijk laat zien dat er een luchtwegvernauwing aanwezig is, verdienen extra aandacht. Deze patiënten hebben vaak al zo lang een vernauwing van de luchtwegen dat ze dit niet meer als een 'benauwdheid' ervaren. Als zij goed behandeld worden gaan ze zich een stuk fitter voelen en méér kunnen.
|
Terug naar boven
|
|
|
Hoe wordt astma behandeld ?
Niettegenstaande dat astma een chronische ziekte is, zullen de meeste astmapatiënten vrijwel klachtenvrij blijven als ze de behandeling met geneesmiddelen en onderstaande adviezen stipt volgen.
Een medicamenteuze behandeling geneest astma niet. Maar het is wel onverstandig om een behandeling zonder overleg met de arts te stoppen. Als de astma-patiënt dit wel doet, zal hij vermoedelijk binnen 6 à 8 weken weer klachten krijgen. De arts kan twee soorten geneesmiddelen voorschrijven:
- Geneesmiddelen om elke dag te gebruiken: het zijn ontstekingsremmers die eigenlijk moeten voorkomen dat de patiënt last krijgt van astma. Zij werken alleen als ze dagelijks worden ingenomen, ook als er geen klachten zijn. Hun werking begint pas na enkele dagen tot weken en zijn dus zeker niet bedoeld om een aanval te onderdrukken. Het zijn de inhalatiepompjes met cortisone-achtige produkten (inhalatiecorticoïden). Doordat ze in zeer lage concentraties werkzaam zijn en direct in de longen terecht komen geven ze praktisch geen bijwerkingen. Een zelden keer ziet men ter hoogte van de keel een schimmelinfectie ontstaan. Dit kan vermeden worden door na gebruik van de inhalator de mond goed te spoelen met water, het uit te spuwen en nog wat water na te drinken.
Deze inhalatiecorticoiden kunnen gecombineerd worden met langwerkende luchtwegverwijders of met leukotriëenreceptorantagonisten. Deze laatste zijn tabletten die dagelijks ingenomen moeten worden en die ook het ontstekingsproces afremmen. De arts of longarts zal in functie van de ernst van de astma bepalen welk geneesmiddel of welke combinatie van geneesmiddelen preventief gebruikt moeten worden.
- Geneesmiddelen om te gebruiken bij plots optredende klachten: normaal krijgt elke astma-patiënt een kortwerkende luchtwegverwijder voorgeschreven, die hij kan gebruiken bij een astma-aanval. Deze luchtwegverwijders geven snel verlichting doordat de spiertjes die aan de buitenkant van het buizensysteem zitten ontspannen. Een kwartier na inhalatie merkt de patiënt dat hij meer lucht krijgt, minder benauwd is en minder piept. Na 4 u zijn ze wel uitgewerkt.
Er bestaat zelfs een langwerkende luchtwegverwijder die ook snel werkt in tegenstelling tot de andere langwerkende.
Bij de inhalatiepompjes is het heel belangrijk om de juiste techniek te gebruiken, alsook de juiste dosis. Het heeft geen zin om meer te 'puffen' dan de voorgeschreven dosis. Integendeel! Bij de luchtwegverwijders die gebruikt worden om een aanval te onderdrukken mag men nooit meer dan tweemaal achter elkaar puffen. Anders bestaat er het gevaar voor hartkloppingen. Om deze reden moeten deze puffers altijd goed buiten bereik van kinderen bewaard worden.
De astma-patiënt zal naast het correct gebruik van zijn geneesmiddelen best volgende adviezen volgen:
|
Terug naar boven
|
|
|
Hoe astma onder controle houden
Zelfhulptips
- Stoppen met roken: astmapatiënten moeten stoppen met roken, anders heeft hun behandeling weinig zin. Stoppen met roken is moeilijk, het kan een hardnekkige verslaving zijn. In ons dossier stoppen met roken staan een aantal nuttige tips en uitleg over de verschillende hulpmiddelen. Mensen met astma die roken lopen veel kans om COPD (chronische bronchitis, emfyseem,...) te onwikkelen.
Astma-patiënten vragen best aan mensen die bij hun op bezoek komen om niet te roken, en mijden best vervuilde en rokerige ruimtes.
- Verminderen van de blootstelling aan allergenen, in eerste plaats de huisstofmijt. 75% van de astma-patiënten zijn allergisch voor de uitwerpselen van de huisstofmijt. Dit kleine diertje dat met het blote oog niet te zien is, voedt zich vooral met haren en huidschilfers van mens en dier. Meer uitleg en tips kan je vinden in onze tekst over huisstofmijtallergie. Astmapatiënten houden bij voorkeur geen huisdieren.
- Vochtigheid in huis onder controle houden en zorgen voor een goede ventilatie.
- Er voor zorgen dat men altijd een pompje op zak heeft, en zeker niet vergeten een pompje mee op vakantie te nemen.
- Voldoende aan sport doen. Sporten en bewegen maakt fitter en zorgt voor een groter uithoudingsvermogen en een betere conditie. De ademhaling is dan beter te controleren.
Altijd goed opwarmen is de boodschap, zeker als men in de koude gaat sporten. Temperatuursovergangen kunnen een aanval uitlokken.
- Als stress een uitlokkende faktor is, ontspanningsoefeningen zoals yoga doen.
Juiste techniek voor de veschillende inhalatievormen
Bijna alle geneesmiddelen voor de behandeling van astma worden toegediend met één of ander inhaleertoestel. De geneesmiddelen kunnen maar werken als ze diep in de luchtwegen terecht komen. Hiervoor is het noodzakelijk dat de inhalator correct wordt gebruikt. Dan zal men uiteindelijk minder geneesmiddelen moeten gebruiken. Als hij foutief gebruikt wordt, zal hij geen of weinig effect hebben, hoeveel of hoe dikwijls men ook puft. De arts en/of apotheker kan of zal de patiënt regelmatig vragen om het voor te doen. Zo kan hij/zij bijsturen waar nodig. Bij kinderen en zeker bij kleine kinderen zal dikwijls een 'voorzetkamer' gebruikt worden om te vermijden dat zij al een echte techniek moeten aanleren.
Voor een juist gebruik, klik op de betreffende inhalatievorm:
Astma Controle Test
Astma is een vaak voorkomende aandoening die goed kan worden behandeld maar die ook een grote impact op de levenskwaliteit kan hebben. Medische experten zijn het er over eens dat het niveau van astmacontrole een doorslaggevende factor is bij het bepalen van de meest geschikte astmabehandeling. De Astma Controletest werd door astmaspecialisten ontworpen en wetenschappelijk getest bij honderden astmapatiënten. De score, behaald op de test, helpt de arts om het geschikte behandelingsniveau te bepalen.
De Astma Controletest is een EENVOUDIGE TEST die mensen met astma (12 jaar en ouder) kan helpen om te bepalen in welke mate zij hun astma onder controle hadden in de afgelopen 4 weken.
Ze bestaat uit VIJF VRAGEN: voor elke vraag moet een score aangeduid worden. Daarna moeten de scores opgeteld worden.
De resultaten kunnen de patiënt helpen om te bepalen in welke mate hij/zij zijn/haar astma onder controle heeft. Indien de totaalscore 20 of meer bedraagt is de astma in de afgelopen 4 weken wellicht GOED ONDER CONTROLE, indien de totaalscore minder dan 20 bedraagt is de astma in de afgelopen 4 weken wellicht NIET ONDER CONTROLE. In dat geval is het zeer nuttig het resultaat met de arts te bespreken.
Het is belangrijk dat de astma-patiënt zijn/haar ACT score (Astma Controletest score) met zijn/haar arts bespreekt. Best wordt deze test verschillende keren per jaar uitgevoerd.
U kan de test ook hier uitvoeren.
Patiëntenverenigingen
Soms is het nuttig zich aan te sluiten bij een patiëntenvereniging.
EFA Central Office Louizalaan 327 1050 Brussel 02/646 99 45 De European Federation of Allergy and Airways Disease Patients Associations is een Europees netwerk dat zich bezig houdt met de opvang, de ondersteuning en de vertegenwoordiging van personen met ademhalings-en allergieziekten.
Astma-stichting België VZW Heuvelhof 1 3010 Kessel-Lo 016/25 31 11 Deze patiëntenvereniging biedt hulp aan patiënten met chronische ademhalingsziekten.
Nuttige websites
Veel informatie kan je vinden op:
BVP (Belgische vereniging voor Pneumologie) is een ledenvereniging actief op het gebied van longziektes.
VRGT (Vlaamse vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding) is een vzw die ijvert voor rookpreventie en de preventie en opvolging van tuberculose en chronische ademhalingsziekten. Ze is de Nederlandstalige tegenhanger van de FARES.
|
Terug naar boven
|
|
Algemeen
|
|
Wat is astma?
In België lijden naar schatting meer dan een half miljoen mensen aan astma. Astma treft ongeveer 8,5% van alle volwassenen en 13% van alle kinderen. Daarnaast lijden nog eens ongeveer 700.000 mensen aan COPD, een ziekte die vooral rokers treft. Astma komt bij jonge kinderen vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Bij volwassenen daarentegen treft de ziekte vooral vrouwen. Mensen die in de stad wonen lijken meer kans op astma te hebben dan plattelandbewoners.
Astma is een chronische (langdurige) ziekte van de luchtwegen. De luchtwegen zijn een soort buizensysteem waar lucht doorheen gaat.
| De lucht komt binnen via de neus, komt dan in de mondkeelholte, en vervolgens in de luchtpijp. Deze vertakt zich naar de linker- en de rechterlong en komt dan uiteindelijk via een aantal vertakkingen (bronchiën en bronchiolen) in de longblaasjes terecht. Daar gebeurt de uitwisseling met het bloed. De longblaasjes zijn zeer elastisch en vullen zich bij het inademen met verse, zuurstofrijke lucht. De zuurstof wordt afgegeven aan de fijne bloedvaatjes die er omheen zitten. Het zuurstofrijke bloed wordt naar het hart gestuurd, die het op zijn beurt door heel het lichaam pompt. Op die manier worden alle cellen van ons lichaam van zuurstof voorzien. Onze lichaamscellen kunnen niet zonder zuurstof, anders sterven ze af.De longblaasjes zijn zeer elastisch en vullen zich bij het inademen met verse, zuurstofrijke lucht. De zuurstof wordt afgegeven aan de fijne bloedvaatjes dier er omheen zitten. Het zuurstofrijke bloed wordt naar het hart gestuurd, die het op zijn beurt door heel het lichaam pompt. Op die manier worden alle cellen van ons lichaam van zuurstof voorzien. Onze lichaamscellen kunnen niet zonder zuurstof, anders sterven ze af.De zuurstof wordt in het lichaam verbrand en er ontstaat koolzuurgas (CO2) dat door het bloedvatenstelsel wordt afgevoerd en weer de longen bereikt. Bij uitademen ontdoen de longblaasjes zich van de vervuilde lucht die rijk is aan koolzuurgas. De cyclus kan opnieuw beginnen. |
 |
De longen werken als twee blaasbalgen, door het samentrekken van de ademhalingsspieren. Het middenrif is de belangrijkste ademhalingsspier. Ze bevindt zich onder de borstkas en scheidt de borst van de buik. Tussenribspieren, buikspieren en halsspieren zijn andere spieren die een rol spelen bij de ademhaling.
Aan de binnenkant zijn de luchtwegen bekleed met een dun laagje slijmvlies en aan de buitenkant zijn zij omringd door spiertjes. Bij een gezonde persoon is dit slijmvlies dun en zijn de spiertjes ontspannen: de lucht kan ongehinderd naar binnen en naar buiten stromen. De ademhaling gaat vlot. Bij iemand met astma is het slijmvlies van de luchtwegen voortdurend ontstoken of geïrriteerd, dit in tegenstelling tot bij een verkoudheid waarbij de ontsteking slechts tijdelijk is. Het ontstekingsproces bij astma varieert in de tijd. Periodes van weinig ontsteking, en dus weinig klachten wisselen af met periodes van veel meer ontsteking (veel klachten). Klachten ontstaan pas als er een prikkel voorbijkomt die de toegenomen ontstekingsreactie verergert. De prikkels die klachten uitlokken verschillen van persoon tot persoon. Onder invloed van zo'n prikkel gaat het slijmvlies meer zwellen. Dit slijmvlies gaat bovendien nog meer slijm aanmaken. Als de prikkel heftig genoeg is gaan ook de spiertjes rond de luchtweg samentrekken. Zo ontstaat een vernauwing van de luchtweg. Doordat de lucht minder gemakkelijk doorheen het buizensysteem kan, ontstaat er een piepende ademhaling. De patiënt krijgt het benauwd en vaak gaat hij ook beginnen hoesten, dikwijls met slijm. Hoesten op zich is nochtans niet altijd kenmerkend voor astma.

Een beginnende astma-aanval kan voordat de echte benauwdheid of het piepen optreedt, allerlei klachten geven: onrustig of prikkelbaar gedrag, moeheid,...Na een tijdje herkent de astma-patiënt deze voortekenen en kan hij actie ondernemen.
|
Terug naar boven
|
|
Wat zijn oorzaken van astma?
Er is al heel wat onderzoek verricht naar mogelijke oorzaken van astma. Men vermoedt dat mensen die astma krijgen daar een aanleg voor hebben. Deze is gedeeltelijk erfelijk bepaald. Als één van de ouders astma heeft, is de kans dat een kind astma krijgt 30à40%. Zijn beide ouders astmatisch dan loopt deze kans op tot 75%. Omgevingsfaktoren (luchtverontreiniging, vaccinaties, allergenen in de lucht of voeding) en levensstijl zouden een belangrijke invloed kunnen hebben, maar zekerheid heeft men hier niet over. Er zijn wetenschappers die denken dat de toename van het aantal astmapatiënten te wijten is aan het feit dat kinderen nu veel minder dan vroeger blootgesteld worden aan allerlei ziektekiemen waardoor hun afweer zich onvoldoende in de 'juiste richting' zou ontwikkelen. Of deze verbeterde hygiëne aan de basis ligt van het toenemend aantal astmapatiënten is echter nog niet bewezen.
Sigarettenrook vergroot zeker de kans op het ontwikkelen van astma. Passieve rokers (mensen die regelmatig vertoeven op plaatsen (thuis) waar gerookt wordt) hebben 20% meer kans om astma te ontwikkelen dan mensen die in huizen wonen waar niet gerookt wordt.
Als men éénmaal astma heeft, ontstaan klachten doorgaans pas na blootstelling aan uitlokkende prikkels. Er zijn twee soorten:
- allergische prikkels
- niet-allergische prikkels
Allergische prikkels zijn meestal dingen die ingeademd kunnen worden. We denken dan aan huisstofmijt , haren van huisdieren (vooral kat en hond ), stuifmeelpollen (bomen en grassen, en in mindere mate bloemen en planten). Heel uitzonderlijk kunnen bepaalde voedingsstoffen een uitlokkende faktor zijn. De klachten verminderen dikwijls als de patiënt de blootstelling aan de betreffende prikkel (dit noemt men een allergeen) kan vermijden.
Bij niet-allergische prikkels denken we aan een verkoudheid (virale infectie), sigarettenrook, koude en vochtige lucht (mist), lichamelijke inspanning, wisseling van temperatuur, bak- en verfluchtjes, parfums, emtionele stress.
Klachten uitgelokt door inademen van allergenen, door koude, door rook en door inspanning zijn meestal van korte duur. Zij reageren meestal ook goed op een inhalatie van een luchtwegverwijder (pompje).
Astmaklachten kunnen ook langer (meerdere dagen) duren. Zo'n 80% van de langdurige klachten worden veroorzaakt door een verkoudheid (virale infectie). Deze klachten reageren meestal niet echt goed op het gebruik van een pompje met een luchtwegverwijder. In dergelijke gevallen moet men zeker de huisarts raadplegen.
|
Terug naar boven
|
|
|
Hoe wordt de diagnose gesteld ?
Voorgeschiedenis en symptomen
Mensen die recent last gehad hebben van ademhalingsklachten zoals kortademigheid, piepende ademhaling en hoesten consulteren best zo snel mogelijk een arts. De arts zal een aantal vragen stellen (men noemt dit met een geleerd woord: de anamnese) om vast te stellen of ze astma hebben. Hij kan vragen stellen over:
- aard van klachten: piepende ademhaling?, hoesten?, kortademigheid?,,...
- optreden van klachten: hoe vaak?, hoe lang?, alleen bij verkoudheden?, uitlokkende faktoren?,...
- uitlokkende faktoren: allergie voor bepaalde planten, bloemen, dieren, voedingsmiddelen?, reageren op sigarettenrook? mist? vochtig weer? temperatuurswisselingen? emoties?, last bij inspanning?, alleen last bij verkoudheid?,...
- woonomstandigheden: verwarming?, vochtig of droog in huis?, ventilatie?, zijn er huisdieren?,....
- roken in huis: rookt de patiënt zelf, zijn er familieleden die binnen roken?
- familie (ouders of broers/zussen): astma?, allergie?, hooikoorts?, eczeem?,...
- medicatie: welke?, aspirinegebruik? (aspirine kan astma uitlokken!)
Na de anamnese zal de arts een lichamelijk onderzoek doen.
Lichamelijk onderzoek
De arts zal kijken naar de manier van ademhalen en met een stethoscoop zal hij naar de longen luisteren. Zo hoort hij of er sprake is van piepen bij uitademing. Dit piepen doet zich alleen voor als er ook sprake is van een vernauwing van de luchtwegen. Vermits bij astmapatiënten de luchtwegvernauwingen met intervallen optreden, betekent dit dat de arts, als hij niets bijzonders hoort, niet kan besluiten dat de patiënt geen astma heeft. Uiteraard zal/kan de arts bij een eerste onderzoek ook nog andere lichamelijke onderzoeken doen.
De arts kan de patiënt ook vragen om maximaal uit te ademen in een toestelletje: de piekstroommeter.
Piekstroommeter
Een piekstroommeter is een mechanisch toestelletje dat de hoeveelheid uitgeademde lucht per minuut weergeeft.
 De patiënt ademt diep in, sluit het mondstuk met de lippen af, en ademt zo hard mogelijk uit. Door de kracht van de uitademing wordt een wijzertje weggeduwd. De wijzer op de meter geeft de 'piekstroom' aan in liters per minuut. Bij gezonde personen kan de waarde zelfs variëren. Dit betekent dat één waarde dikwijls niet veel zegt. Er zullen een aantal metingen moeten gebeuren en dit meermaals per dag. De piekstroommeter kan ook door de patiënt thuis gebruikt worden om de evolutie van zijn astma te volgen.
Voor een juiste diagnose en voor de bepaling van de ernst van deze aandoening is de spirometrietest belangrijk. Deze test wordt meestal bij de longspecialist uitgevoerd.
Spirometrie (functionele ademtest)
Omdat de luchtwegen van een astmapatiënt vernauwd zijn, is het vermogen om uit te ademen beperkt. Spirometrie test het volume lucht dat in een zekere tijd kan in- of uitgeademd worden. De patiënt moet een aantal keren diep ademhalen door een mondstuk, de veranderingen in volume worden weergegeven in een grafiek De hoeveelheid lucht die in één seconde maximaal kan worden uitgeademd (ESW of de éénsecondewaarde) wordt vergeleken met de waarde van gezonde mensen en wordt als een percentage van de normale ('voorspelde') waarde uitgedrukt. Dezelfde test wordt dan ook nog eens uitgevoerd na inademing van een aantal pufjes van een luchtwegverwijder of bronchodilatator. Als de afwijking op de curve terug verdwijnt duidt dit op astma. Patiënten die geen klachten hebben op het moment van het onderzoek, maar waar de test duidelijk laat zien dat er een luchtwegvernauwing aanwezig is, verdienen extra aandacht. Deze patiënten hebben vaak al zo lang een vernauwing van de luchtwegen dat ze dit niet meer als een 'benauwdheid' ervaren. Als zij goed behandeld worden gaan ze zich een stuk fitter voelen en méér kunnen.
|
Terug naar boven
|
|
|
Hoe wordt astma behandeld ?
Niettegenstaande dat astma een chronische ziekte is, zullen de meeste astmapatiënten vrijwel klachtenvrij blijven als ze de behandeling met geneesmiddelen en onderstaande adviezen stipt volgen.
Een medicamenteuze behandeling geneest astma niet. Maar het is wel onverstandig om een behandeling zonder overleg met de arts te stoppen. Als de astma-patiënt dit wel doet, zal hij vermoedelijk binnen 6 à 8 weken weer klachten krijgen. De arts kan twee soorten geneesmiddelen voorschrijven:
- Geneesmiddelen om elke dag te gebruiken: het zijn ontstekingsremmers die eigenlijk moeten voorkomen dat de patiënt last krijgt van astma. Zij werken alleen als ze dagelijks worden ingenomen, ook als er geen klachten zijn. Hun werking begint pas na enkele dagen tot weken en zijn dus zeker niet bedoeld om een aanval te onderdrukken. Het zijn de inhalatiepompjes met cortisone-achtige produkten (inhalatiecorticoïden). Doordat ze in zeer lage concentraties werkzaam zijn en direct in de longen terecht komen geven ze praktisch geen bijwerkingen. Een zelden keer ziet men ter hoogte van de keel een schimmelinfectie ontstaan. Dit kan vermeden worden door na gebruik van de inhalator de mond goed te spoelen met water, het uit te spuwen en nog wat water na te drinken.
Deze inhalatiecorticoiden kunnen gecombineerd worden met langwerkende luchtwegverwijders of met leukotriëenreceptorantagonisten. Deze laatste zijn tabletten die dagelijks ingenomen moeten worden en die ook het ontstekingsproces afremmen. De arts of longarts zal in functie van de ernst van de astma bepalen welk geneesmiddel of welke combinatie van geneesmiddelen preventief gebruikt moeten worden.
- Geneesmiddelen om te gebruiken bij plots optredende klachten: normaal krijgt elke astma-patiënt een kortwerkende luchtwegverwijder voorgeschreven, die hij kan gebruiken bij een astma-aanval. Deze luchtwegverwijders geven snel verlichting doordat de spiertjes die aan de buitenkant van het buizensysteem zitten ontspannen. Een kwartier na inhalatie merkt de patiënt dat hij meer lucht krijgt, minder benauwd is en minder piept. Na 4 u zijn ze wel uitgewerkt.
Er bestaat zelfs een langwerkende luchtwegverwijder die ook snel werkt in tegenstelling tot de andere langwerkende.
Bij de inhalatiepompjes is het heel belangrijk om de juiste techniek te gebruiken, alsook de juiste dosis. Het heeft geen zin om meer te 'puffen' dan de voorgeschreven dosis. Integendeel! Bij de luchtwegverwijders die gebruikt worden om een aanval te onderdrukken mag men nooit meer dan tweemaal achter elkaar puffen. Anders bestaat er het gevaar voor hartkloppingen. Om deze reden moeten deze puffers altijd goed buiten bereik van kinderen bewaard worden.
De astma-patiënt zal naast het correct gebruik van zijn geneesmiddelen best volgende adviezen volgen:
|
Terug naar boven
|
|
|
Hoe astma onder controle houden
Zelfhulptips
- Stoppen met roken: astmapatiënten moeten stoppen met roken, anders heeft hun behandeling weinig zin. Stoppen met roken is moeilijk, het kan een hardnekkige verslaving zijn. In ons dossier stoppen met roken staan een aantal nuttige tips en uitleg over de verschillende hulpmiddelen. Mensen met astma die roken lopen veel kans om COPD (chronische bronchitis, emfyseem,...) te onwikkelen.
Astma-patiënten vragen best aan mensen die bij hun op bezoek komen om niet te roken, en mijden best vervuilde en rokerige ruimtes.
- Verminderen van de blootstelling aan allergenen, in eerste plaats de huisstofmijt. 75% van de astma-patiënten zijn allergisch voor de uitwerpselen van de huisstofmijt. Dit kleine diertje dat met het blote oog niet te zien is, voedt zich vooral met haren en huidschilfers van mens en dier. Meer uitleg en tips kan je vinden in onze tekst over huisstofmijtallergie. Astmapatiënten houden bij voorkeur geen huisdieren.
- Vochtigheid in huis onder controle houden en zorgen voor een goede ventilatie.
- Er voor zorgen dat men altijd een pompje op zak heeft, en zeker niet vergeten een pompje mee op vakantie te nemen.
- Voldoende aan sport doen. Sporten en bewegen maakt fitter en zorgt voor een groter uithoudingsvermogen en een betere conditie. De ademhaling is dan beter te controleren.
Altijd goed opwarmen is de boodschap, zeker als men in de koude gaat sporten. Temperatuursovergangen kunnen een aanval uitlokken.
- Als stress een uitlokkende faktor is, ontspanningsoefeningen zoals yoga doen.
Juiste techniek voor de veschillende inhalatievormen
Bijna alle geneesmiddelen voor de behandeling van astma worden toegediend met één of ander inhaleertoestel. De geneesmiddelen kunnen maar werken als ze diep in de luchtwegen terecht komen. Hiervoor is het noodzakelijk dat de inhalator correct wordt gebruikt. Dan zal men uiteindelijk minder geneesmiddelen moeten gebruiken. Als hij foutief gebruikt wordt, zal hij geen of weinig effect hebben, hoeveel of hoe dikwijls men ook puft. De arts en/of apotheker kan of zal de patiënt regelmatig vragen om het voor te doen. Zo kan hij/zij bijsturen waar nodig. Bij kinderen en zeker bij kleine kinderen zal dikwijls een 'voorzetkamer' gebruikt worden om te vermijden dat zij al een echte techniek moeten aanleren.
Voor een juist gebruik, klik op de betreffende inhalatievorm:
Astma Controle Test
Astma is een vaak voorkomende aandoening die goed kan worden behandeld maar die ook een grote impact op de levenskwaliteit kan hebben. Medische experten zijn het er over eens dat het niveau van astmacontrole een doorslaggevende factor is bij het bepalen van de meest geschikte astmabehandeling. De Astma Controletest werd door astmaspecialisten ontworpen en wetenschappelijk getest bij honderden astmapatiënten. De score, behaald op de test, helpt de arts om het geschikte behandelingsniveau te bepalen.
De Astma Controletest is een EENVOUDIGE TEST die mensen met astma (12 jaar en ouder) kan helpen om te bepalen in welke mate zij hun astma onder controle hadden in de afgelopen 4 weken.
Ze bestaat uit VIJF VRAGEN: voor elke vraag moet een score aangeduid worden. Daarna moeten de scores opgeteld worden.
De resultaten kunnen de patiënt helpen om te bepalen in welke mate hij/zij zijn/haar astma onder controle heeft. Indien de totaalscore 20 of meer bedraagt is de astma in de afgelopen 4 weken wellicht GOED ONDER CONTROLE, indien de totaalscore minder dan 20 bedraagt is de astma in de afgelopen 4 weken wellicht NIET ONDER CONTROLE. In dat geval is het zeer nuttig het resultaat met de arts te bespreken.
Het is belangrijk dat de astma-patiënt zijn/haar ACT score (Astma Controletest score) met zijn/haar arts bespreekt. Best wordt deze test verschillende keren per jaar uitgevoerd.
U kan de test ook hier uitvoeren.
Patiëntenverenigingen
Soms is het nuttig zich aan te sluiten bij een patiëntenvereniging.
EFA Central Office Louizalaan 327 1050 Brussel 02/646 99 45 De European Federation of Allergy and Airways Disease Patients Associations is een Europees netwerk dat zich bezig houdt met de opvang, de ondersteuning en de vertegenwoordiging van personen met ademhalings-en allergieziekten.
Astma-stichting België VZW Heuvelhof 1 3010 Kessel-Lo 016/25 31 11 Deze patiëntenvereniging biedt hulp aan patiënten met chronische ademhalingsziekten.
Nuttige websites
Veel informatie kan je vinden op:
BVP (Belgische vereniging voor Pneumologie) is een ledenvereniging actief op het gebied van longziektes.
VRGT (Vlaamse vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding) is een vzw die ijvert voor rookpreventie en de preventie en opvolging van tuberculose en chronische ademhalingsziekten. Ze is de Nederlandstalige tegenhanger van de FARES.
|
Terug naar boven
|
|
|
|